| |
1. Essentie
Dit decreet inzake medisch
verantwoorde sportbeoefening is van toepassing op elke
sporter, op elke begeleider en op elke sportvereniging. Het
brengt de huidige regelgeving voor medisch verantwoord
sporten op het vlak van dopingbestrijding in overeenstemming
met de reglementering van het Wereld Antidoping Agentschap (WADA)
en van de UNESCO en bepaalt dat alle sporters, begeleiders
en sportverenigingen tot de medisch verantwoorde
sportbeoefening dienen bij te dragen. Dat houdt eveneens in
dat zij zich inzetten voor de preventie en de bestrijding
van het dopinggebruik in de sport, met het oog op de
uitbanning daarvan.
2. Samenvatting
Het decreet heeft
verschillende uitgangspunten: zorgen voor een vangnet voor
alle sporten, zorgen voor een actieve beleidsinbreng van de
overheid inzake de NADO-opdrachten (Nationale
Antidopingorganisatie), sport onderverdelen in breedtesport
en elitesport, zorgen voor blijvende en actieve
beleidscontrole inzake tuchtrecht voor breedtesport
(behandeling door een onafhankelijk, decretaal ingesteld
disciplinair orgaan), zorgen voor een passieve
beleidscontrole op het vlak van tuchtrecht voor
elitesporters, zorgen voor een geharmoniseerde aanpak en
streven naar eenvormigheid in de benadering van breedtesport
en elitesport tegen de achtergrond van de WADA-code,
invoeren van nieuwe bepalingen inzake dopingpraktijken en
tuchtstraffen op basis van de WADA-code en ten slotte
overtredingen van antidopingregels door sporters
depenaliseren.
Het gaat om een totaal vangnet voor alle sporters. De keuze
is gevallen op één decreet voor alle sporters en sporten
omdat een opsplitsing in verschillende decreten ongewenst
is. Het decreet behandelt twee te onderscheiden thema's, die
toch nauw met elkaar verbonden zijn: doping aan de ene kant,
en anderzijds medisch verantwoorde sportbeoefening, medische
keuring van sportgeschiktheid, paramedische begeleiding van
sporters en preventie tegen letsels en overbelasting.
Het decreet geldt voor alle sporters en alle sporten, maar
er wordt een onderscheid gemaakt tussen breedtesport en
elitesport. Elitesporters zijn een beperkte groep sporters
van zowel internationaal als nationaal niveau. De WADA-code
is slechts van toepassing op deze beperkte groep van
sporters. De breedtesporters vormen een grote groep
sporters. Het zijn recreatieve sporters. Deze
sportactiviteiten kunnen zowel in competitieverband, in
georganiseerd verband, individueel en buiten competitie
worden beoefend.
Het onderscheid is vooral van belang voor het
dopingtuchtrecht. Breedtesporters worden tuchtrechtelijk
behandeld door de Vlaamse Gemeenschap. De WADA-code is van
toepassing op de elitesporters. Zij worden tuchtrechtelijk
behandeld door de sportvereniging of sportfederatie. De
overheid kan het dopingtuchtrecht van elitesporters
bijgevolg slechts passief volgen door middel van de
erkenning van de door sportorganisaties opgerichte
disciplinaire organen.
Voor de breedtesporter sticht het decreet een disciplinaire
commissie voor medisch verantwoorde sportbeoefening, naast
een disciplinaire raad als hoger beroep. Op deze wijze
worden de taken verdeeld tussen de sportfederaties en de
overheid.
De sportfederaties worden volledig verantwoordelijk voor de
elitesporters. De overheid blijft verantwoordelijk voor de
breedtesporters. De Vlaamse Gemeenschap zal niet zelf meer
instaan voor de disciplinaire procedures van elitesporters.
De sportfederaties moeten een privaatrechtelijke
disciplinaire procedure instellen, die door de Vlaamse
Gemeenschap erkend zal moeten worden. Het decreet bepaalt
niet hoe de sportfederatie de disciplinaire procedure moet
organiseren. Wel moet elke sportfederatie in een procedure
voorzien.
Ondanks het onderscheid tussen elitesporters en
breedtesporters, streeft men naar een geharmoniseerde aanpak
van de antidopingregels. Dat is een van de doelstellingen
van de WADA-code en de UNESCO-conventie. De geharmoniseerde
aanpak komt ook tot uiting in de gezamenlijke benadering van
medisch verantwoorde sportbeoefening voor alle sporters, in
het uniforme begrippenapparaat gesteund op de bepalingen van
de UNESCO-conventie en de WADA-code en in de geharmoniseerde
implementatie van de principes en systematiek inzake doping
op basis van de UNESCO-conventie en de WADAcode
Als een erkende controlearts redenen heeft om te geloven in
het bestaan van dopingpraktijken, kan deze, mits
voorafgaande vordering van de procureur des Konings en
machtiging van de onderzoeksrechter, binnentreden in de
bewoonde lokalen en er alle nuttige vaststellingen doen. De
controlearts, eventueel bijgestaan door een erkende
controledeskundige, kan de bewoonde lokalen slechts
onderzoeken tussen 5 en 21 uur en met bijstand van de
federale of lokale politie. De erkende controleartsen en de
erkende controledeskundigen kunnen op elk moment bij de
uitoefening van hun opdracht de bijstand van de federale of
lokale politie vorderen.
Het decreet 27.03.1991 inzake de medisch verantwoorde
sportbeoefening wordt opgeheven (zie doc. nr. 17448). De
besluiten, genomen ter uitvoering van het decreet, blijven
van kracht totdat ze door de regering worden opgeheven. |
|