Decreet inzake medisch verantwoorde sportbeoefening  

Essentie

 

Dit decreet inzake medisch verantwoorde sportbeoefening is van toepassing op elke sporter, op elke begeleider en op elke sportvereniging. Het brengt de huidige regelgeving voor medisch verantwoord sporten op het vlak van dopingbestrijding in overeenstemming met de reglementering van het Wereld Antidoping Agentschap (WADA) en van de UNESCO en bepaalt dat alle sporters, begeleiders en sportverenigingen tot de medisch verantwoorde sportbeoefening dienen bij te dragen. Dat houdt eveneens in dat zij zich inzetten voor de preventie en de bestrijding van het dopinggebruik in de sport, met het oog op de uitbanning daarvan.

 

Samenvatting

 

Het decreet heeft verschillende uitgangspunten: zorgen voor een vangnet voor alle sporten, zorgen voor een actieve beleidsinbreng van de overheid inzake de NADO-opdrachten (Nationale Antidopingorganisatie), sport onderverdelen in breedtesport en elitesport, zorgen voor blijvende en actieve beleidscontrole inzake tuchtrecht voor breedtesport (behandeling door een onafhankelijk, decretaal ingesteld disciplinair orgaan), zorgen voor een passieve beleidscontrole op het vlak van tuchtrecht voor elitesporters, zorgen voor een geharmoniseerde aanpak en streven naar eenvormigheid in de benadering van breedtesport en elitesport tegen de achtergrond van de WADA-code, invoeren van nieuwe bepalingen inzake dopingpraktijken en tuchtstraffen op basis van de WADA-code en ten slotte overtredingen van antidopingregels door sporters depenaliseren.

Het gaat om een totaal vangnet voor alle sporters. De keuze is gevallen op één decreet voor alle sporters en sporten omdat een opsplitsing in verschillende decreten ongewenst is. Het decreet behandelt twee te onderscheiden thema's, die toch nauw met elkaar verbonden zijn: doping aan de ene kant, en anderzijds medisch verantwoorde sportbeoefening, medische keuring van sportgeschiktheid, paramedische begeleiding van sporters en preventie tegen letsels en overbelasting.

Het decreet geldt voor alle sporters en alle sporten, maar er wordt een onderscheid gemaakt tussen breedtesport en elitesport. Elitesporters zijn een beperkte groep sporters van zowel internationaal als nationaal niveau. De WADA-code is slechts van toepassing op deze beperkte groep van sporters. De breedtesporters vormen een grote groep sporters. Het zijn recreatieve sporters. Deze sportactiviteiten kunnen zowel in competitieverband, in georganiseerd verband, individueel en buiten competitie worden beoefend.
Het onderscheid is vooral van belang voor het dopingtuchtrecht. Breedtesporters worden tuchtrechtelijk behandeld door de Vlaamse Gemeenschap. De WADA-code is van toepassing op de elitesporters. Zij worden tuchtrechtelijk behandeld door de sportvereniging of sportfederatie. De overheid kan het dopingtuchtrecht van elitesporters bijgevolg slechts passief volgen door middel van de erkenning van de door sportorganisaties opgerichte disciplinaire organen.

Voor de breedtesporter sticht het decreet een disciplinaire commissie voor medisch verantwoorde sportbeoefening, naast een disciplinaire raad als hoger beroep. Op deze wijze worden de taken verdeeld tussen de sportfederaties en de overheid

De sportfederaties worden volledig verantwoordelijk voor de elitesporters. De overheid blijft verantwoordelijk voor de breedtesporters. De Vlaamse Gemeenschap zal niet zelf meer instaan voor de disciplinaire procedures van elitesporters. De sportfederaties moeten een privaatrechtelijke disciplinaire procedure instellen, die door de Vlaamse Gemeenschap erkend zal moeten worden. Het decreet bepaalt niet hoe de sportfederatie de disciplinaire procedure moet organiseren. Wel moet elke sportfederatie in een procedure voorzien.

Ondanks het onderscheid tussen elitesporters en breedtesporters, streeft men naar een geharmoniseerde aanpak van de antidopingregels. Dat is een van de doelstellingen van de WADA-code en de UNESCO-conventie. De geharmoniseerde aanpak komt ook tot uiting in de gezamenlijke benadering van medisch verantwoorde sportbeoefening voor alle sporters, in het uniforme begrippenapparaat gesteund op de bepalingen van de UNESCO-conventie en de WADA-code en in de geharmoniseerde implementatie van de principes en systematiek inzake doping op basis van de UNESCO-conventie en de WADAcode

Als een erkende controlearts redenen heeft om te geloven in het bestaan van dopingpraktijken, kan deze, mits voorafgaande vordering van de procureur des Konings en machtiging van de onderzoeksrechter, binnentreden in de bewoonde lokalen en er alle nuttige vaststellingen doen. De controlearts, eventueel bijgestaan door een erkende controledeskundige, kan de bewoonde lokalen slechts onderzoeken tussen 5 en 21 uur en met bijstand van de federale of lokale politie. De erkende controleartsen en de erkende controledeskundigen kunnen op elk moment bij de uitoefening van hun opdracht de bijstand van de federale of lokale politie vorderen.

 Het decreet 27.03.1991 inzake de medisch verantwoorde sportbeoefening wordt opgeheven (zie doc. nr. 17448). De besluiten, genomen ter uitvoering van het decreet, blijven van kracht totdat ze door de regering worden opgeheven.

 

< TOP >

 

jongMALEvv